Citaat | Rechtbank Zutphen 17 februari 2010
Alinea 46 Rechtbank Zutphen 17 februari 2010
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 17 februari 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BL8521.
2.9. Naar het oordeel van de rechtbank moet de restgrond voor de waardeverdeling als een afzonderlijk in aanmerking te nemen deel van de onroerende zaak worden beschouwd, omdat voor deze grond de zelfstandigheid niet verloren is gegaan bij de bouw van de opstal. De rechtbank acht weliswaar aannemelijk dat deze grond – grotendeels bestaande uit grasveld met wandelpad – meer door bewoners dan door anderen wordt betreden, maar dat betekent nog niet dat deze grond een overheersende woonfunctie heeft. Deze grond dient ook – zoals verweerder heeft gesteld – als aankleding van de opstal, waarin een bedrijfsmatig geleid verzorgingshuis is gevestigd. Gelet hierop en op de omstandigheid dat van de waarde van de opstal niet meer dan 47,5% kan worden toegerekend aan het woondeel, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat deze grond in hoofdzaak dienstbaar is aan woondoeleinden. De waarde van de restgrond dient derhalve niet buiten aanmerking te worden gelaten bij de bepaling van de heffingsmaatstaf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17f4f08c57c9c1d6b6152b0fc39dc4e77718cd14ed7cf34e0dc7d34fc5da4836. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17f4f08c57c9c1d6b6152b0fc39dc4e77718cd14ed7cf34e0dc7d34fc5da4836, en de alinea staat in dat document op bytes 17645 tot 18675.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17f4f08c57c9c1d6b6152b0fc39dc4e77718cd14ed7cf34e0dc7d34fc5da4836 | shasum -a 256