Citaat | Rechtbank Zutphen 9 maart 2011

Alinea 76 Rechtbank Zutphen 9 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 9 maart 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BR0269.

3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van NCOI, dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van NCOI in de proceskosten. Hij voert daartoe aan dat het standpunt van NCOI rigide is en strijdt met de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] heeft zijn studie willen opschorten, maar is verkeerd ingelicht of heeft de gegeven informatie onjuist begrepen, waardoor de studie is gestopt. Op redelijke voorstellen van [gedaagde] om een minnelijke oplossing te bereiken wordt niet ingegaan. NCOI heeft dan ook onnodig incassokosten gemaakt. De algemene voorwaarden waarop NCOI zich beroept zijn onredelijk bezwarend en daarom vernietigbaar. [gedaagde] roept de buitengerechtelijke vernietiging daarvan in. Ook is de schade van NCOI onduidelijk. Zij vordert nu een groot bedrag waar geen enkele tegenprestatie tegenover staat, terwijl er ook geen schade geleden is. Het lijkt er op dat het hele 2e en 3e studiejaar zijn gefactureerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd3ccd2aadccb8180c3819ae7333f22c0ed7a77278cc027b707191e68202e227. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd3ccd2aadccb8180c3819ae7333f22c0ed7a77278cc027b707191e68202e227, en de alinea staat in dat document op bytes 16946 tot 17935.