Citaat | Rechtbank Zutphen 29 juni 2011

Alinea 39 Rechtbank Zutphen 29 juni 2011

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 29 juni 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5688.

Daarnaast kan (ten overvloede voor deze procedure, maar niet zonder relevantie voor de bodemzaak) een vraagteken worden gezet bij de wijze waarop het verschil in privéopnamen is gecompenseerd door de verdeling van het resultaat. Voor de opnamen geldt dat in beginsel kan worden aangenomen dat de kosten van de huishouding daaruit zijn voldaan. Degene die een hoger bedrag daarvan voor zijn of haar rekening heeft genomen, krijgt dit gecompenseerd door een hoger aandeel in de winst. Dezelfde methode is echter toegepast wanneer per saldo sprake was van privéstortingen. Dit komt erop neer dat degene die uit privémiddelen geld in de maatschap heeft gestoken, een lager deel van de winst heeft ontvangen. Verwezen wordt (ter illustratie) naar de jaarstukken 2004, pag. 26. In dat jaar heeft de vrouw (per saldo) € 9.342,-- gestort en de man € 2.877,-- gestort. Dit leidt ertoe dat van de totale winst van € 50.787,-- een bedrag van € 22.163,-- bij de vrouw is bijgeschreven en een bedrag van € 28.624,-- bij de man. De vraag kan gesteld worden of dit een juiste benadering is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1616a2f32dc8f1b9e97a1dcf01f954ae1718ffd99a2839080d264e7329945551. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1616a2f32dc8f1b9e97a1dcf01f954ae1718ffd99a2839080d264e7329945551, en de alinea staat in dat document op bytes 17239 tot 18340.