Citaat | Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011
Alinea 91 Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5839.
In het eerste lid van artikel 3: 246 BW is bepaald dat de pandhouder van een vordering bevoegd is in en buiten rechte nakoming van die vorderingen te eisen en betalingen in ontvangst te nemen, maar dat deze bevoegdheden bij de pandgever blijven, zolang het pandrecht niet aan de schuldenaar van de vordering is meegedeeld. In lid 3 van het artikel is bepaald dat de bevoegdheden om nakoming te eisen en betalingen in ontvangst te nemen (hierna: de inningsbevoegdheid, lid 1) en de bevoegdheid de verpande vordering door opzegging opeisbaar te maken (lid 2) aan de hoogst gerangschikte pandhouder toekomen indien op een vordering meerdere pandrechten zijn gevestigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105, en de alinea staat in dat document op bytes 23022 tot 23700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105 | shasum -a 256