Citaat | Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011

Alinea 92 Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5839.

Beziet men lid 3 in verband met lid 1, dan moet worden aangenomen dat met “de in de vorige leden aan de pandhouder toegekende bevoegdheden” wordt gedoeld op bevoegdheden voor zover zij door lid 1 (zo nodig voorafgegaan door een in lid 2 bedoelde opzegging) aan een pandhouder worden toegekend. Vóór de mededeling is de pandgever inningsbevoegd, na de mededeling de pandhouder(s). In geval van een stil pandrecht dat hoger in rang is dan een meegedeeld pandrecht, is op grond van lid 1 de hoogst gerangschikte pandhouder die daarvan mededeling heeft gedaan aan debiteuren, inningsbevoegd. Lid 3 is helemaal niet aan de orde als er sprake is van meerdere pandhouders waarvan er slechts één inningsbevoegd is. In die situatie kunnen de debiteuren met een gerust hart aan de maatschap betalen. Het is aan de stille pandhouder om desgewenst met gebruikmaking van het bepaalde in het vijfde lid van artikel 3:246 BW zich door mededeling alsnog op het geïnde te verhalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105, en de alinea staat in dat document op bytes 23708 tot 24695.