Citaat | Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011
Alinea 97 Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 19 oktober 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5839.
4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voorshands niet is komen vast te staan dat de maatschap onrechtmatig jegens NGN c.s. heeft gehandeld door mededeling van het pandrecht te doen en/of door gebruik te maken van haar inningsbevoegdheid. Dit betekent dat de vordering tot het uitspreken van een verbod op de inning van de vorderingen op de debiteuren (3.1, sub II) afgewezen dient te worden. Hetzelfde geldt voor de gevorderde veroordeling tot toezending van een overzicht van de aangeschreven debiteuren (3.1, sub II) en het gevorderde voorschot op schadevergoeding (3.1, sub IV), nu aan deze vorderingen eveneens bedoeld onrechtmatig handelen ten grondslag is gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105, en de alinea staat in dat document op bytes 27820 tot 28511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ec1d9068ecdd2add40dda1368d6265799f89c8db3ce20be8bdf3a175c6ed105 | shasum -a 256