Citaat | Rechtbank Zutphen 2 november 2011

Alinea 110 Rechtbank Zutphen 2 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 2 november 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0749.

4.8. De stelling van [de vrouw] dat de onderneming feitelijk niet verkoopbaar is gebleken is door [de man] niet weersproken, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Ook [de man] heeft ter zitting verklaard dat de eerste potentiële koper is afgehaakt vanwege de recessie en dat uiteindelijk de overname door de tweede kandidaat, met wie [de man] samen met de adviseur van partijen, Van Keulen, in gesprek was, niet is doorgegaan. In dat licht had het op de weg van [de man] gelegen feiten en omstandigheden te stellen, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de door hem genoemde waarde van de onderneming ook de reële waarde in het economisch verkeer betrof ten tijde van de verdeling. De enkele vermelding van bedragen in de accountantsrapportage is daarvoor onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256, en de alinea staat in dat document op bytes 19885 tot 20668.