Citaat | Rechtbank Zutphen 2 november 2011
Alinea 111 Rechtbank Zutphen 2 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 2 november 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0749.
4.9. [de man] kan niet worden gevolgd in de stelling dat uitgegaan moet worden van een rentabiliteitswaarde van € 240.000,-. Voor dit bedrag is geen andere verantwoording gegeven dan het door [de man] stellenderwijs genomen resultaat van € 40.000,- vermenigvuldigd met een factor 6, terwijl noch voor dit resultaat, noch voor de vermenigvuldigingsfactor enige onderbouwing of uitleg is gegeven. De door [de man] gestelde intrinsieke waarde van de onderneming, door hem gesteld op € 363.774,-, is evenmin onderbouwd. Nu [de vrouw] betwist dat van deze waarde kan worden uitgegaan, immers zij stelt dat van de werkelijk betaalde prijs moet worden uitgegaan, had het op de weg van [de man] gelegen gemotiveerd aan te geven dat en waarom het door hem gestelde bedrag de waarde van de onderneming beter weergeeft. Een dergelijke onderbouwing ontbreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256, en de alinea staat in dat document op bytes 20688 tot 21556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256 | shasum -a 256