Citaat | Rechtbank Zutphen 2 november 2011
Alinea 68 Rechtbank Zutphen 2 november 2011
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 2 november 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0749.
3.3. [de vrouw] voert verweer tegen de vorderingen en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [de man], althans afwijzing van de vorderingen. Zij stelt daartoe dat [de man] geheel op de hoogte was van de waardes die uitgangspunt geweest zijn bij de verdeling. Hij heeft onder meer enkele uren met de Gibo gesproken over het concept accountantsrappport dat als basis heeft gediend. De onderneming was onverkoopbaar, terwijl [de vrouw] deze heeft moeten voortzetten omdat [de man] dat niet wilde doen. Vanwege de werkgelegenheid en verantwoordelijkheid voor het personeel heeft [de vrouw] de zaak voortgezet. In verband met concurrerende activiteiten van [de man] heeft [de vrouw] de zaak onder een andere naam voortgezet, zodat goodwill ook niet aanwezig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256, en de alinea staat in dat document op bytes 12455 tot 13234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f9d3580929e954709defa9061018c1995c89eaf0b7f33ab9793ac6bc32b21256 | shasum -a 256