Citaat | Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Alinea 101 Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1469.

In de periode van 1 mei 2006 tot en met 1 juli 2008 zijn door of namens [verdachte groothandel] bij monde van [medeverdachte A] diverse meldingen, bestellingen en informatieverzoeken gedaan met betrekking tot verschillende stoffen waarop de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (WVMC) en de Opiumwet van toepassing zijn2. Naar aanleiding van een aanvraag van [verdachte groothandel] voor een activiteitenvergunning voor de stof efedrine is op 17 juli 2007 een integriteitsonderzoek ingesteld bij [verdachte groothandel]. Gesproken is met de heren [medeverdachte A] en [medeverdachte B]. [medeverdachte A] is tijdens het onderzoek onder andere voorgelicht over het mogelijke misbruik van de stof efedrine. Aan [medeverdachte A] zijn stukken uitgereikt, te weten de (EG) Verordeningen nr. 273/2004 en nr. 111/2005 en de contactgegevens van het meldpunt verdachte transacties chemicaliën van de FIOD-ECD. Mede naar aanleiding van het onderzoek is door [verdachte groothandel] afgezien van de transactie met de efedrine.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89261f0c675386c9de98d9f55b05331b1367225dce3d08ae2922c19279cf6f1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89261f0c675386c9de98d9f55b05331b1367225dce3d08ae2922c19279cf6f1a, en de alinea staat in dat document op bytes 13505 tot 14536.