Citaat | Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Alinea 191 Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1489.

In de periode van 1 mei 2006 tot en met 1 juli 2008 zijn door of namens [verdachte groothandel] (vof) bij monde van [medeverdachte A] diverse meldingen, bestellingen en informatieverzoeken gedaan met betrekking tot verschillende stoffen waarop de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (WVMC) en de Opiumwet van toepassing zijn2. Naar aanleiding van een aanvraag van [verdachte groothandel] voor een activiteitenvergunning voor de stof efedrine is op 17 juli 2007 een integriteitonderzoek ingesteld bij [verdachte groothandel]. Gesproken is met de heren [medeverdachte A] en [medeverdachte B]. [medeverdachte A] is tijdens het onderzoek onder andere voorgelicht over het mogelijke misbruik van de stof efedrine. Aan [medeverdachte A] zijn stukken uitgereikt, te weten de (EG) Verordeningen nr. 273/2004 en nr. 111/2005 en de contactgegevens van het meldpunt verdachte transacties chemicaliën van de FIOD-ECD. Mede naar aanleiding van het onderzoek is door [verdachte groothandel] afgezien van de transactie met de efedrine.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35, en de alinea staat in dat document op bytes 19363 tot 20399.