Citaat | Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Alinea 194 Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1489.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie betoogd dat verdachte in ieder geval vanaf 1 april 2008 als vennoot van [verdachte groothandel] vof is aan te merken als marktdeelnemer. Ook voor die tijd was verdachte aan te merken als marktdeelnemer nu hij sinds 2001 bij [verdachte groothandel] werkt, eerst als stagiair, daarna als vakantiekracht, vanaf 2004 als uitzendkracht en sinds 2006 in vaste loondienst. Verdachte was voordat hij vennoot werd een ervaren medewerker die zich bezig hield met de verkoop en inkoop van geregistreerde chemicaliën. De grote partij aceton in mei 2007, te weten 25 200-liter vaten heeft hij in ontvangst genomen. Daarnaast is in de computer in de woning van verdachte e-mailverkeer uit 2006 aangetroffen met medeverdachte [medeverdachte C] over de levering van rode fosfor. De officier van justitie meent dat verdachte door het verrichten van deze activiteiten ook voor 1 april 2008 kon worden aangemerkt als marktdeelnemer en dat hij verplicht was transacties met geregistreerde stoffen te melden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35, en de alinea staat in dat document op bytes 21165 tot 22346.