Citaat | Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Alinea 200 Rechtbank Zutphen 10 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1489.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte de aanhangwagen die op 27 oktober 2009 is aangetroffen heeft gekocht zonder te weten wat daarin zat. Hoewel kan worden bewezen dat verdachte laboratoriumbenodigdheden voorhanden heeft gehad, kunnen voorbereidingshandelingen niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de laboratoriumbenodigdheden daarvoor zouden worden gebruikt of eerder zijn gebruikt. Datzelfde geldt voor de in de tenlastelegging genoemde stoffen, nu de stoffen en transacties behoorden tot de normale bedrijfsvoering van [verdachte groothandel]. De raadsvrouw heeft verder betoogd dat verdachte beroepsmatig geïnteresseerd was in chemie en chemische processen en om die reden beschikte over beschrijvingen. Volgens de raadsvrouw kan ook niet worden bewezen dat verdachte tot de omschreven feiten opdracht heeft gegeven en/of hand- en spandiensten heeft verricht en is geen sprake geweest van opzet op het te plegen delict.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35, en de alinea staat in dat document op bytes 25315 tot 26352.