Citaat | Rechtbank Zutphen 10 april 2012
Alinea 201 Rechtbank Zutphen 10 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1489.
Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de middelen. De aanhangwagen bevatte goederen die voor de normale bedrijfsvoering van [verdachte groothandel] gebruikelijk zijn. Uit het uiterlijk van de goederen kon niet worden afgeleid dat deze goederen verboden middelen bevatten. Daar komt bij, aldus de raadsvrouw, dat verbalisant De Vrij in een aanvullend proces-verbaal van 2 november 2010 heeft gesteld dat het niet mogelijk is om de ouderdom van de aangetroffen chemicaliën te onderzoeken. Verder valt uit het dossier onvoldoende af te leiden welke stoffen het NFI heeft onderzocht, nu de in het rapport van het NFI genoemde SIN-nummers niet in het proces-verbaal van doorzoeking, noch in de lijst met in beslag genomen goederen voorkomen. Ook ten aanzien van de op 13 april 2010 in beslag genomen goederen meent de raadsvrouw dat er geen sprake is van opzet. Verdachte mocht erop vertrouwen dat de opgeslagen goederen goederen waren die tot de normale bedrijfsvoering behoorden en dus geen verboden middelen bevatten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35, en de alinea staat in dat document op bytes 26372 tot 27483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca73de2ff9e464c5992cfb2387eeae78dc0f581e2fc00243a618da5a5a087e35 | shasum -a 256