Citaat | Rechtbank Zutphen 25 april 2012

Alinea 108 Rechtbank Zutphen 25 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Zutphen 25 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4012.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het slachtoffer de avond voor de fatale ruzie, vrijdag 11 februari 2011, cocaïne had gebruikt. De politie is op 12 februari 2011 omstreeks 16.00 uur in de woning van het slachtoffer en verdachte geweest. Verbalisanten hebben beschreven dat het op dat moment rustig was; ze hebben het slachtoffer gezien en gesproken. Verbalisanten zagen bij het slachtoffer geen letsel.12 Het verslag dat is gemaakt van het bezoek van verbalisanten aan de woning biedt naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen concreet aanknopingspunt voor enige verslechtering van de gezondheidstoestand van het slachtoffer. Korte tijd later, namelijk ruim anderhalf uur na het vertrek van verbalisanten, heeft zich tussen het slachtoffer en verdachte iets voorgedaan naar aanleiding waarvan verdachte naar de buurvrouw is gelopen en vervolgens de politie is ingeschakeld. Verdachte zelf heeft evenmin verklaard dat het slachtoffer in de loop van zaterdag 12 februari 2011 ziek of onwel werd of dat er sprake was van een verslechtering in zijn gezondheidstoestand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609, en de alinea staat in dat document op bytes 33687 tot 34788.