Citaat | Rechtbank Zutphen 25 april 2012
Alinea 50 Rechtbank Zutphen 25 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 25 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4012.
Volgens de raadsvrouw kan aan de verklaringen van verdachte die zij heeft afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, geen bewijsrechtelijke waarde worden toegekend. De raadsvrouw heeft verder betoogd dat deze verklaringen op grond van artikel 359a lid 1 sub b Wetboek van Strafvordering van het bewijs moeten worden uitgesloten. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de politieverhoren lang duurden, dat de ondervraging door de politie directief en suggestief was en dat toen verdachte bij het tweede politieverhoor herhaaldelijk vroeg om een advocaat haar geen gelegenheid is geboden die te raadplegen. Het gaat bovendien om een verdachte die vanwege haar psychotische toestand kwetsbaar was, haar positie niet goed kon overzien en die niet goed voor haar belangen kon opkomen, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609, en de alinea staat in dat document op bytes 10475 tot 11301.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609 | shasum -a 256