Citaat | Rechtbank Zutphen 25 april 2012
Alinea 79 Rechtbank Zutphen 25 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Zutphen 25 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4012.
De rechtbank gebruikt deze verklaring voor het bewijs tegen verdachte. Hoewel uit het verhoor bij de rechter-commissaris blijkt dat verdachte hallucineert door te stellen dat [slachtoffer] niet dood is en dat hij in de zaal aanwezig is, betekent dit naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat iedere verklaring van verdachte waardeloos, zonder betekenis, zou zijn. De verklaring van verdachte omtrent het slaan met de koekenpan wordt bovendien ondersteund door de waarnemingen van verbalisanten die als eersten ter plaatse kwamen. Die verbalisanten troffen verdachte met de koekenpan aan, hoorden verdachte zeggen dat ze het slachtoffer met een koekenpan had geslagen en zagen blauwe plekken op het gezicht van het slachtoffer. Verder past het letsel aan de hals van het slachtoffer, zoals dat in na te melden rapport van het NFI is beschreven, bij het grijpen bij de keel zoals verdachte dat heeft beschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609, en de alinea staat in dat document op bytes 22505 tot 23433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd3eff4c70da4a2264073cab212c5f5c16d05ba2172f305a48eeceac9ce0609 | shasum -a 256