Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 oktober 2013

Onder 4.1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 oktober 2013

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 oktober 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10246.

Ingevolge art. 3:317, eerste lid, BW kan de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis worden gestuit door een ‘schriftelijke aanmaning’ of ‘een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.’ Tussen partijen is niet in geschil dat de e-mail van 5 juli 2010 als schriftelijk in vorenbedoelde zin kan worden aangemerkt. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat dit artikel moeten worden begrepen in het licht van de strekking van de stuitingshandeling, welke neerkomt op een – voldoende duidelijke – waarschuwing aan de schuldenaar dat hij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering kan verweren. Bij de uitleg van de strekking van de e-mail van 5 juli 2010 komt het er derhalve op aan of [gedaagden] daaraan redelijkerwijs de betekenis heeft moeten toekennen dat Themis Vastgoed B.V. zich ondubbelzinnig haar recht op nakoming heeft voorbehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fcd554176aada2e1ad808e75a21957621cb2115bd2b6f1c3be7bbfec3f7645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fcd554176aada2e1ad808e75a21957621cb2115bd2b6f1c3be7bbfec3f7645, en de alinea staat in dat document op bytes 21701 tot 23048.