Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juni 2013

Onder 2.22. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juni 2013

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juni 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5880.

Ook de stelling van belanghebbende dat het Openbaar Ministerie de strafrechtelijke zaak heeft geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, kan belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank niet baten. Immers, de bewijsgaring en het procesrecht binnen het strafrecht zijn anders dan in het belastingrecht, zodat deze enkele stelling van belanghebbende onvoldoende is om tot een ander oordeel te kunnen komen. De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet tot de weerlegging van het vermoeden van artikel 36, vierde lid, van de Inv kan worden toegelaten, zodat zij ingevolge artikel 36, derde lid, van de Inv terecht aansprakelijk is gesteld voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslag loonbelasting van [A BV].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf8a63f77e3aaf87778ac2ffd705bafeb5ce0cbb9adc58694426862d86f36dc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf8a63f77e3aaf87778ac2ffd705bafeb5ce0cbb9adc58694426862d86f36dc9, en de alinea staat in dat document op bytes 35798 tot 36520.