Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2014

Onder 7 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2014

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3256.

Namens de benadeelde partij is voorafgaande aan de zitting aan de officier van justitie verzocht om een afschrift van het strafdossier, zodat de slachtoffers zich kunnen voorbereiden op de strafrechtelijke procedure, ten behoeve van indienen van de vordering benadeelde partij en het opstellen van een verklaring voor het uitoefenen van het spreekrecht. Ook de stukken die betrekking hebben op de verdachte, waaronder de bekennende verklaring van verdachte en/of psychiatrische en psychologische rapportages zouden moeten worden verstrekt. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie weliswaar gereageerd heeft op dit verzoek, namelijk bij brief van 7 april 2014, maar niet op de in artikel 51b, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde wijze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a91eb3fa985e120450aab70b03e673443cc86cbc9d7cc5c99c851a767e9f069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a91eb3fa985e120450aab70b03e673443cc86cbc9d7cc5c99c851a767e9f069, en de alinea staat in dat document op bytes 38387 tot 39172.