Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014

Onder 3.2.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:4553.

Belanghebbende stelt dat hij in bezwaar en beroep kan komen omdat een vermogensbestanddeel van hem is begrepen in de aanslag (artikel 26a, tweede lid, van de AWR). Voorts stelt belanghebbende dat de door de gemeente met de exploitanten afgesloten convenanten in strijd zijn met de Verordening omdat de Verordening alleen de eigenaar/houder van de gemeubileerde vakantiewoning aanwijst als de belastingplichtige voor de forensenbelasting. Het convenant kan in de visie van belanghebbende dan ook geen geldige titel opleveren op basis waarvan belastingheffing en invordering kan plaatsvinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c226ebdbb67ad08ff1fae92acf0d53cdb1b2b2b4e1ba6c08a8211e94cdc89b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c226ebdbb67ad08ff1fae92acf0d53cdb1b2b2b4e1ba6c08a8211e94cdc89b04, en de alinea staat in dat document op bytes 36762 tot 37365.