Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014
Onder 4 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:4553.
4.2.4. Het beroepschrift van belanghebbende is verzonden op donderdag 3 januari 2013 en op 4 januari 2013 bij de rechtbank binnengekomen. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift van belanghebbende dan buiten de daarvoor geldende beroepstermijn is binnengekomen. Bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan echter achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 6:11 Awb). Belanghebbende heeft gesteld dat in de uitspraken geen termijn was gesteld waarbinnen hij in beroep kon gaan, en dat evenmin was vermeld bij wie hij in beroep kon gaan. Het ontbreken van een (juiste) rechtsmiddelverwijzing in het besluit waartegen een rechtsmiddel kan worden aangewend, leidt er in de regel toe dat een te laat ingediend rechtsmiddel met toepassing van artikel 6:11 Awb toch ontvankelijk wordt geacht. Op deze regel wordt een uitzondering gemaakt indien de belanghebbende op een andere manier tijdig op de hoogte was van de termijn voor het aanwenden van het rechtsmiddel (zie Hoge Raad 19 maart 2010, nr. 08/00958, ECLI:NL:HR:2010:BL7954). Dat daarvan in dit geval sprake was, is gesteld noch gebleken. De rechtbank acht de termijnoverschrijding verschoonbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c226ebdbb67ad08ff1fae92acf0d53cdb1b2b2b4e1ba6c08a8211e94cdc89b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c226ebdbb67ad08ff1fae92acf0d53cdb1b2b2b4e1ba6c08a8211e94cdc89b04, en de alinea staat in dat document op bytes 44860 tot 46154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c226ebdbb67ad08ff1fae92acf0d53cdb1b2b2b4e1ba6c08a8211e94cdc89b04 | shasum -a 256