Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2014

Onder 2.9. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2014

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6819.

Gelet op alle feiten en omstandigheden in onderling samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de onroerende zaken op het moment van levering als woningen kwalificeren. De rechtbank acht daarbij van belang dat de onroerende zaken naar hun aard zijn bestemd voor bewoning en dat de onroerende zaken al circa twee jaren niet in gebruik waren als schoolgebouw. De omstandigheid dat de onroerende zaken op dat moment nog moesten worden verbouwd is naar het oordeel van de rechtbank te vergelijken met de situatie van een casco-woning. Ook de omstandigheid dat ten tijde van de levering de corridor en het gymlokaal nog niet waren afgebroken, maakt niet dat geen sprake was van woningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adfc0f859ecf3ed513c0a4d816d1523d5453250f35f0477b8a3de4f8b4a95d81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adfc0f859ecf3ed513c0a4d816d1523d5453250f35f0477b8a3de4f8b4a95d81, en de alinea staat in dat document op bytes 14974 tot 15677.