Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 december 2014

Onder 3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 december 2014

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 december 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:8979.

[gedaagde] was het, gezien artikel 41, aanhef en onder d., NR 1999, evenwel niet toegestaan om orders van Jadimeer BV te accepteren. Een effectenbemiddelaar diende voor het doorgeven van orders immers te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 7 Wte 1995. Dat is ook bepaald in de in de Wte 1995 geïmplementeerde Richtlijn Beleggingsdiensten (Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten, PbEG L 141). Uit artikel 3 van deze richtlijn volgt dat een effectenbemiddelaar die diensten verricht als omschreven in deel A van de bijlage bij de richtlijn, zoals het doorgeven van orders voor rekening van beleggers met betrekking tot effecten, vergunningplichtig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c27c7ddd0d96e463ce5e8afe01e3e1ddcdd9b558251dc7163f952e98bf0370e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c27c7ddd0d96e463ce5e8afe01e3e1ddcdd9b558251dc7163f952e98bf0370e, en de alinea staat in dat document op bytes 51593 tot 52379.