Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015
Onder 6.1.3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3291.
Voorts zou [verdachte], nadat hij bij zijn moeder is weggegaan, op de fiets naar [naam 5] zijn geweest. [naam 7] zegt hierover dat zij [verdachte] omstreeks 00.00 uur bij [naam 5] heeft gezien. Hij zou om 00.15/00.30 uur weer weg zijn gegaan. Ook aan de verklaring van[naam 7], en met name haar tijdsbesef, hecht de rechtbank geen waarde. In dezelfde verklaring geeft zij immers aan dat [medeverdachte] die avond tussen 22.00/23.00 uur bij haar woning weg is gegaan, terwijl uit onder andere de hiervoor genoemde verklaring van [naam 10] en telefoongegevens blijkt dat [medeverdachte] al omstreeks 20.30 uur bij [naam 12] was. [verdachte] verklaart zelf dat hij ongeveer anderhalf uur is weggebleven , terwijl getuige [getuige 4] heeft aangegeven dat zij omstreeks 00.20 uur een man op een fiets heeft gezien in het park en [verdachte] heeft bevestigd dat hij dit was . Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [verdachte] tot 24.00 uur bij zijn moeder is gebleven en vervolgens zo’n anderhalf uur bij [naam 5] is geweest, zodat hij geen sluitend alibi heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c, en de alinea staat in dat document op bytes 112073 tot 113638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c | shasum -a 256