Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015

Onder 6.1.3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3291.

[medeverdachte] heeft een gedetailleerde verklaring afgelegd met betrekking tot hetgeen zich op de Vissersverkorting heeft afgespeeld. Deze wordt in grote lijnen bevestigd door de bevindingen van de patholoog-anatoom zoals die zijn neergelegd in het onder b. aangehaalde sectierapport. Daartegenover staat de verklaring van [verdachte] dat hij in de nacht van 22 op 23 oktober 2012 niet op de Vissersverkorting te Westdorpe is geweest. Deze stelling wordt echter door het onder e. genoemde grondvergelijkend onderzoek en het op verzoek van de verdediging uitgevoerde aanvullend grondvergelijkend onderzoek en de conclusies uit de epicrise, in onderling verband en samenhang bezien met de verklaring van [medeverdachte], ontkracht. [verdachte] heeft verklaard dat hij hooguit een week voor zijn aanhouding nog op de Vissersverkorting is geweest. De rechtbank volgt in dat kader de conclusie uit de epicrise inhoudende dat het waarschijnlijker is dat de grondsporen 4 tot 6 uur voordat [verdachte] werd aangehouden onder de zolen van zijn schoenen terecht zijn gekomen dan dat de grondsporen 24 tot 36 uur voordat hij werd aangehouden onder de zolen van zijn schoenen zijn terecht gekomen. [verdachte] heeft weliswaar ter terechtzitting verklaard dat op de verkeerde plaatsen grondmonsters zijn genomen, maar uit het aanvullend grondvergelijkend rapport komt duidelijk naar voren dat hij zelf heeft aangegeven op welke plekken bemonsterd moest worden. De rechtbank acht, gelet op de verklaring van [medeverdachte], in onderling verband en samenhang bezien met het grondvergelijkend onderzoek, de conclusies van de epicrise en hetgeen onder h. is overwogen over de uitgevoerde DNA-onderzoeken, bewezen dat naast [medeverdachte] ook [verdachte] aanwezig was op de Vissersverkorting in de nacht van 22 op 23 oktober 2012 en dat hij [slachtoffer] van het leven heeft beroofd. Dat op het mes dat volgens [medeverdachte] is gebruikt om het oor van [slachtoffer] af te snijden en hem te doden geen DNA dan wel vingerafdrukken van [verdachte] zijn aangetroffen doet daar niet aan af. Immers blijk niet dat dit is onderzocht en [medeverdachte] heeft verklaard dat [verdachte] handschoenen droeg en dat hij het mes heeft schoongeveegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c, en de alinea staat in dat document op bytes 126458 tot 128709.