Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015

Onder 6.1.3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 mei 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3291.

Bij de beoordeling van de vraag of bewezen kan worden geacht dat bij [verdachte] sprake is geweest van voorbedachte raad stelt de rechtbank het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte voorafgaand aan zijn handelen zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Hij moet de gelegenheid hebben gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28e8a9ba0931ce2ca2275643f4386edaaf549e0b8aff704cba913da276809c3c, en de alinea staat in dat document op bytes 129557 tot 130179.