Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2015

Onder 3.3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2015

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 mei 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3442.

Met betrekking tot de toetsing van de inhoud van een beoordeling overweegt de rechtbank dat die volgens vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld Centrale Raad van Beroep 24 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9380) beperkt is tot de vraag of gezegd moet worden dat de beoordeling op onvoldoende gronden berust. Daarbij geldt als uitgangspunt dat in geval van negatieve oordelen het betrokken bestuursorgaan aan de hand van concrete feiten in rechte aannemelijk moet maken dat die negatieve waardering niet op onvoldoende gronden berust. Daarbij is niet beslissend of elk feit ter adstructie van een waardering boven elke twijfel verheven is en zelfs is niet van doorslaggevend belang of bepaalde feiten onjuist blijken te zijn vastgesteld of geïnterpreteerd. Het gaat erom of in het totale beeld van de in beschouwing genomen gezichtspunten de gegeven waarderingen de evenbedoelde toetsing kunnen doorstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc32cf5a3dec5019eefaccc837d5d787a008dfd81188357be198794ad4f02796. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc32cf5a3dec5019eefaccc837d5d787a008dfd81188357be198794ad4f02796, en de alinea staat in dat document op bytes 32684 tot 33599.