Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 oktober 2015
Onder 2.11.1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 oktober 2015
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 oktober 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7281.
Op grond van artikel 7:4, tweede lid, van de Awb moet de heffingsambtenaar alle op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen ter inzage leggen voor belanghebbende gedurende ten minste een week. Het derde lid schrijft voor dat bij oproeping van het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen. Het vierde lid bepaalt dat belanghebbende van de stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf0ca1e643b6b344c383cef9746e6861253889cd6653d5090116835ce08b0058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf0ca1e643b6b344c383cef9746e6861253889cd6653d5090116835ce08b0058, en de alinea staat in dat document op bytes 19785 tot 20262.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf0ca1e643b6b344c383cef9746e6861253889cd6653d5090116835ce08b0058 | shasum -a 256