Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 maart 2016
Onder 5.9. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:2119.
Wat daar verder van zij, vaststaat dat [verzoeker] op vrijdag 27 november 2015 zonder opgave van reden niet op het werk is verschenen. [verzoeker] heeft over de gang van zaken - desgevraagd - verklaard dat hij de nacht van donderdag op vrijdag 27 november 2015 in het geheel niet heeft geslapen en leed aan buikklachten, alsmede dat hij in de ochtend van vrijdag de 27ste in slaap is gevallen en de wekker niet heeft gehoord en eerst in de namiddag wakker is geworden, zodat het geen zin meer had alsnog te bellen naar zijn werkgever. Het daaropvolgende weekend is ook sprake geweest van ziekte dat zich voortzette in de maandag waarop hij zich heeft ziekgemeld, aldus [verzoeker] . Hij verklaart verder dat, door voor hem niet verklaarbare redenen zijn mobiele telefoon, nadat hij het bericht van ziekmelding had verzonden, verdere diensten heeft geweigerd als gevolg waarvan [verweerster] niet met hem in contact kon komen. Dit laatste heeft [verzoeker] overigens eerst ter zitting verklaard. Door deze gang van zaken is [verweerster] lange tijd in het ongewisse gebleven omtrent de situatie van [verzoeker] . Van [verzoeker] mocht worden verwacht dat hij, telefonisch dan wel door tussenkomst van anderen (bijvoorbeeld zijn moeder die in belangrijke rol speelde in de relatie tussen hem en [verweerster] ), [verweerster] op de hoogte bracht van zijn verzuim. Ook buiten kantooruren om had [verzoeker] contact kunnen opnemen met [verweerster] . Ook had hij niet mogen volstaan met een enkel tekstbericht ‘ik ben ziek’. Juist omdat hij die vrijdag daarvoor niets van zich had laten horen, had hij in een direct mondeling contact met [verweerster] moeten laten blijken van zijn situatie. Verontschuldigingen voor het feit dat hij die vrijdag zonder melding afwezig was, waren op zijn plaats geweest. Daarom kan het [verzoeker] nog aanvullend worden aangerekend dat hij na het verzenden van het tekstberichtje, andermaal en langer onbereikbaar bleef voor zijn werkgever. Dat hem hierin geen verwijt kan worden gemaakt omdat zijn telefoon kapot ging, is onvoldoende aannemelijk geworden. Door aldus enkele dagen onbereikbaar te zijn voor [verweerster] die als enig contact een kort tekstbericht krijgt, heeft [verzoeker] zich in de positie gebracht dat [verweerster] tot de conclusie kwam dat hij ongeoorloofd afwezig was, hetgeen [verweerster] in deze situatie een dringende reden tot ontslag kon opleveren. Het ontslag op staande voet is derhalve gerechtvaardigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2f99e43858b470c74d10f93a176ea6dbecc16f8beb515ad73a5308fd7c4f55f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2f99e43858b470c74d10f93a176ea6dbecc16f8beb515ad73a5308fd7c4f55f, en de alinea staat in dat document op bytes 22906 tot 25387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2f99e43858b470c74d10f93a176ea6dbecc16f8beb515ad73a5308fd7c4f55f | shasum -a 256