Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Onder 2.6.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3442.

Belanghebbende heeft geen feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt die leiden tot de conclusie dat sprake is van een bijzondere omstandigheid. De omstandigheid dat de naheffingsaanslag is vernietigd, is daartoe onvoldoende, te meer nu de inspecteur onweersproken heeft verklaard dat die vernietiging is ingegeven door de grote aantallen ingediende bezwaarschriften van met name de onderhavige gemachtigde. Voorts is de enkele stelling van belanghebbende dat hier bij de naheffing van BPM sprake is geweest van een miskenning door de inspecteur van Europees recht onvoldoende. De Hoge Raad heeft in het arrest van 19 december 2014, nr. 13/05786, ECLI:NL:HR:2014:3603 geoordeeld dat het feit dat een onjuist bevonden standpunt van het betrokken bestuursorgaan in strijd is met bepalingen van recht van de Unie, niet met zich brengt dat sprake is van bijzondere omstandigheden in vorenbedoelde zin of dat aan het recht van de Unie aanspraak op een hogere vergoeding kan worden ontleend. Bijkomende omstandigheden kunnen in samenhang met deze omstandigheden tot een andere conclusie nopen, aldus de Hoge Raad. Zulke omstandigheden zijn in dit geval niet aangevoerd. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat in dit geval er geen aanleiding is een hogere vergoeding toe te kennen dan de toegekende vergoeding op basis van de forfaitaire kosten als bedoeld in het Besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/277b2bc09d806500069d3cc84ac2368a11b7967ac39e4d27d7bb4ff2f4191fe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 277b2bc09d806500069d3cc84ac2368a11b7967ac39e4d27d7bb4ff2f4191fe3, en de alinea staat in dat document op bytes 13790 tot 15183.