Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juni 2016

Onder 2.6. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3449.

Gelet op alle feiten en omstandigheden in onderling samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de onroerende zaak op het moment van levering als woning kwalificeert. De rechtbank heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat beslissend is of de onroerende zaak naar zijn aard bestemd is voor bewoning. Vast staat dat de onroerende zaak is gebouwd en tot enig moment is gebruikt als woning. Naar de oorspronkelijke aard was de onroerende zaak derhalve bestemd voor bewoning. Tussen partijen is voorts niet in geschil dat op het moment van levering alle voorzieningen aanwezig waren om in de onroerende zaak te kunnen wonen. Verder staat vast dat volgens het bestemmingsplan de bestemming ‘wonen’ mogelijk is. De kernvraag in deze procedure is of er zodanige aanpassingen zijn gedaan die maken dat de aard van de woning gewijzigd is (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 23 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1474). De inspecteur voert aan dat dit het geval is en heeft daartoe aangevoerd dat de panden zijn samengevoegd door het slopen van een tussenmuur en dat de gehele benedenverdieping was ingericht voor opvang van verslaafden (balie, afgifteruimte voor spuiten, “chill”-kamer, meerdere douches en toiletten, rustruimten). De rechtbank leidt hieruit af dat bij de bovenverdieping geen wezenlijke veranderingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat de wijze van gebruik van de ruimten (afgifteruimte, chillkamer en rustruimten) de aard van de woning nog niet wijzigt. Verder betreft de aanwezigheid van een balie meer de inrichting dan de aard van de onroerende zaak. Het slopen van de tussenmuur en het plaatsen van extra toiletten en douches, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen concluderen dat de aard van de onroerende zaak is gewijzigd (vgl. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6819 inzake woningen die als schoolgebouw hebben gediend). Tot slot heeft de inspecteur erop gewezen dat de onroerende zaak de functie heeft gehad van militair hospitaal en opvang- en adviescentrum voor drugsverslaafden. Dit doet aan het voorgaande niet af, omdat de wijze van gebruik op zichzelf de aard van een onroerende zaak nog niet wijzigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b1cf8918161ccb2e0f1f69b991b4be0dcfc553d8e0f6e8ece413d51710ffa4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b1cf8918161ccb2e0f1f69b991b4be0dcfc553d8e0f6e8ece413d51710ffa4a, en de alinea staat in dat document op bytes 11383 tot 13654.