Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Onder 2.8.6. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3662.

Naar het oordeel van de rechtbank is belanghebbende geslaagd in de bewijslast om aannemelijk te maken dat het oogmerk bij hem ontbrak. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Ter zitting is door belanghebbende verklaard dat hij via de internetsite [internetsite] bij [D BV] gevestigd te [plaats Z] is terechtgekomen en dat hij de auto in Nederland heeft gekocht van en betaald aan [D BV] Volgens belanghebbende was hij zich van geen kwaad bewust. De rechtbank acht de verklaring van belanghebbende geloofwaardig. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat belanghebbende een onderzoeksplicht heeft naar de herkomst van de auto en daarbij, zoals de inspecteur ter zitting heeft aangevoerd, de juistheid van een eventuele verklaring van een autobedrijf moet controleren bij de Belastingdienst. Daaraan doet niet af dat belanghebbende ter zake van de auto ook beschikte over de factuur betreffende de tussen derden aangegane koopovereenkomst (zie 2.3) en hij daarvoor geen logische verklaring heeft gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur de naheffingsaanslag daarom ten onrechte opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb08ebdf3d62e4c0b3550489259b86f17c6fa0a8749a204455bfb509429f4dda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb08ebdf3d62e4c0b3550489259b86f17c6fa0a8749a204455bfb509429f4dda, en de alinea staat in dat document op bytes 20717 tot 21885.