Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Onder 2.12. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3727.

De rechtbank zal eerst ingaan op de argumenten van gemachtigde over het nut van de zitting. Nu uitstel van betaling is verleend gaat laatstgenoemd argument (vervroeging van de bpm-teruggaaf) niet op. Ook eerstgenoemd argument (gemachtigde moest toch bij de rechtbank zijn) kan niet tot het oordeel leiden dat de zitting zinvol kon zijn. Met betrekking tot het overgebleven argument (problemen met name met [inspecteur b]) overweegt de rechtbank dat de gemachtigde ter zitting de schijn heeft gewekt een persoonlijke vete met (in ieder geval) [inspecteur b] te willen uitvechten terwijl het enkel gaat om, althans die indruk heeft de rechtbank, uiteenlopende interpretaties van de uitleg en de toepassing van het (Unie)recht over kwesties waarover nog niet door de Hoge Raad of het Hof van Justitie is beslist. De rechtbank heeft er geen behoefte aan zich daarvoor te lenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdd0f181f8bf6e9d330b04c3f962e05862ed057f4818ddf896c7f373532b3962. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdd0f181f8bf6e9d330b04c3f962e05862ed057f4818ddf896c7f373532b3962, en de alinea staat in dat document op bytes 16563 tot 17449.