Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016

Onder 3.1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3838.

“(…) Ad 1. De behandeling van het CTG tijdens de uitdrijvingsperiode van 08.00-09.25 uur. Ik heb hierbij niet zonder reden aangehaald wat [gynaecoloog 3] zelf heeft geschreven in het boek foetale bewaking. “in 90%! van de gevallen voldoet het CTG niet aan de criteria van normaliteit die tijdens de ontsluitingsfase worden gehanteerd. En tevens dat “bij lezen, classificeren en interpreteren van intrapartum CTG’s moeilijk blijft met grote verschillen in beoordeling tussen experts”. Dit blijft de crux in de verschillen in interpretatie van de abnormaliteit van het CTG tussen [gynaecoloog 3] en ondergetekende. [gynaecoloog 3] vindt het CTG in deze periode sterk afwijkend en zou een microbloedonderzoek hebben gedaan en zelfs de baring met een kunstverlossing hebben beëindigd. In mijn beoordeling staat dat er zeker een relatief korte periode is geweest met CTG afwijkingen waarbij, als die waren blijven bestaan, nadere diagnostiek of behandeling geïndiceerd waren geweest, maar toen het CTG zich spontaan normaliseerde na 08.50 uur hiertoe geen noodzaak meer bestond. Mede om mijn mening over het CTG te toetsen heb ik het voorgelegd aan een ervaren perinatoloog met uitgebreide ervaring in beoordeling van CTG’s. [gynaecoloog 3] vindt dit niet ter zake doen. De belangrijkste conclusie die men kon trekken is dat er geen eenduidigheid over de beoordeling van CTG’s in de uitdrijvingsperiode en dat derhalve het handelen bij “abnormaliteiten” dan ook verschillend zal zijn waarbij men vaak pas bij de geboorte en de conditie van het kind blijkt wie er “gelijk” heeft gehad. (…) 1c. op de noodzaak tot het verrichten van microbloedonderzoek en/of het termineren van de baring is al geantwoord. Als het CTG zich na 08.50 uur niet spontaan had genormaliseerd, was additionele diagnostiek in de vorm van een mbo aangewezen en was dit niet mogelijk geweest, dan was het logisch alternatief het beëindigen van de baring geweest. Door de normalisatie van het CTG was echter de noodzaak hiertoe verdwenen en is door de verloskundige terecht afgewacht. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db42c37713f925d959bb16266313a3a2790373af2f388c6c7af58890f5930ce0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db42c37713f925d959bb16266313a3a2790373af2f388c6c7af58890f5930ce0, en de alinea staat in dat document op bytes 33594 tot 36106.