Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016

Onder 3.16. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3838.

De rechtbank kan aan de hand van de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken niet goed beoordelen of redelijk bekwame en redelijk handelende gynaecologen en verloskundigen van mening kunnen verschillen over de classificatie van het CTG als zijnde ‘sub-optimaal’ of ‘abnormaal’. De verschillende classificaties van het CTG door [gynaecoloog 2] en [gynaecoloog 3] tijdens de ontsluitingsfase zouden daarop kunnen wijzen. Naar het oordeel van de rechtbank betreft die classificatie evenwel ook niet de kern van de zaak. Zoals het ziekenhuis tijdens de comparitie terecht heeft opgemerkt, komt het erop aan welk beleid geëigend was, nadat het CTG was geclassificeerd. Gesteld noch gebleken is dat de FIGO-criteria of vigerende richtlijnen een bepaald beleid ten aanzien van het verrichten van MBO-onderzoek of het beëindigen van de baring door middel van een kunstverlossing voorschrijven bij een sub-optimaal of een abnormaal CTG. Bij het bepalen van het beleid komt het er dus op aan de CTG-registratie te interpreteren en, meer in het bijzonder, na te gaan of die registratie betekent dat sprake is van foetale nood.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db42c37713f925d959bb16266313a3a2790373af2f388c6c7af58890f5930ce0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db42c37713f925d959bb16266313a3a2790373af2f388c6c7af58890f5930ce0, en de alinea staat in dat document op bytes 52698 tot 53858.