Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 juli 2016

Onder 4.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4242.

De rechtbank overweegt bovendien dat de gemachtigden van belanghebbende ter zitting hebben verklaard dat als de Hoge Raad op eventueel te stellen prejudiciële vragen mocht antwoorden dat de (onbeperkte) navorderingstermijn van artikel 66, derde lid, van de SW in het onderhavige geval van toepassing is, de rechtbank nog zal moeten oordelen of de inspecteur de navorderingsaanslag voldoende voortvarend heeft opgelegd. In dat geval is het niet ondenkbaar dat tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep wordt ingesteld en vervolgens beroep in cassatie. Dat in de onderhavige zaak, door het voorleggen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, tijdwinst voor de betrokken partijen wordt bewerkstelligd is dus allerminst zeker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee67eee435fb40a38d08ccf6f457ea0777553fa84ca13fafee1f6f1e8b4886e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee67eee435fb40a38d08ccf6f457ea0777553fa84ca13fafee1f6f1e8b4886e, en de alinea staat in dat document op bytes 14211 tot 14956.