Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 augustus 2016
Onder 4.9. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5143.
In beginsel is het aan de ontvanger om aannemelijk te maken dat de naheffingsaanslag op het adres van de BV is ontvangen of aangeboden, dan wel dat de naheffingsaanslag de BV anderszins heeft bereikt. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd of aangeboden, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de naheffingsaanslag op dat adres. Dit brengt mee dat de ontvanger in eerste instantie kan volstaan met het bewijs van verzending naar het juiste adres (vgl. Hoge Raad 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3449abb6afd97f69d26fb847e9668e34a997a5b3606b8cf27dc8cec05f34808. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3449abb6afd97f69d26fb847e9668e34a997a5b3606b8cf27dc8cec05f34808, en de alinea staat in dat document op bytes 34598 tot 35231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3449abb6afd97f69d26fb847e9668e34a997a5b3606b8cf27dc8cec05f34808 | shasum -a 256