Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 april 2016

Onder 5.16. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 april 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5381.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat een dergelijke situatie zich hier niet voordoet. Daartoe wordt overwogen dat uit de inhoud van het dossier alsmede uit hetgeen door [verweerster] ter zitting naar voren is gebracht, volgt dat [verweerster] heeft gepoogd meermalen het gesprek met [verzoeker 2] aan te gaan, teneinde tot een oplossing te komen ter zake van het conflict met betrekking tot overuren. Zoals hierboven naar voren gebracht voelde [verzoeker 2] zich echter reeds miskend. Uit de omstandigheden zoals die uit het dossier blijken, volgt dat daardoor met hem geen zinvol gesprek mogelijk was. [verzoeker 2] bezigde steeds opnieuw onwelvoeglijk taalgebruik, hetgeen langdurig door [verweerster] gedoogd werd, maar uiteindelijk heeft geleid tot een non-actiefstelling. Hem is geadviseerd een advocaat te benaderen in de hoop dat door middel van een gesprek met die advocaat tot een oplossing gekomen kon worden. Dit is niet gelukt en vervolgens is een mediationtraject opgestart. Ter zitting is door [verweerster] onweersproken naar voren gebracht dat in het kader van dit traject drie gesprekken hebben plaatsgevonden, alvorens door de mediator tot de conclusie werd gekomen dat herstel van de arbeidsverhouding niet meer te bereiken viel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63beb7ee3497b891e023d83b59363388bd420c682e168468da3edf18db5da6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63beb7ee3497b891e023d83b59363388bd420c682e168468da3edf18db5da6b, en de alinea staat in dat document op bytes 31736 tot 33002.