Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2016
Onder 6.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2016
Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5388.
Eiser heeft voor deze nevenvordering gewezen op een arrest van Hoge Raad d.d. 26 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2797). Wegens onvoldoende motivering is vernietigd het oordeel van het hof dat art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b en c BW geen grondslag biedt voor een hogere vergoeding dan in redelijke verhouding staat tot de werkelijke kosten van de buitengerechtelijke werkzaamheden. Het hof nam daarom niet de “no cure no pay”-afspraak tot uitgangspunt, maar het aantal gewerkte uren van de rechtshulpverlener. De Hoge Raad heeft vooropgesteld dat ook op het punt van de gemaakte kosten de benadeelde moet komen te verkeren in de vermogenspositie waarin hij zonder de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis zou hebben verkeerd. Voorts is overwogen dat de tekst en de strekking van art. 6:96 lid 2 BW geen eisen stellen aan de wijze van berekening van de kosten. Het hof had moeten ingaan op de omstandigheden die waren aangevoerd ter rechtvaardiging van een kostenberekening op basis van een “no cure no pay”-afspraak. Art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b en c BW kan wel een basis bieden voor een kostenberekening op basis van zo’n afspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36dd022a0fe93debc479dcc88f9730a5f9a3cb8074c48f66bb3c6ee7bb64a112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36dd022a0fe93debc479dcc88f9730a5f9a3cb8074c48f66bb3c6ee7bb64a112, en de alinea staat in dat document op bytes 26295 tot 27460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36dd022a0fe93debc479dcc88f9730a5f9a3cb8074c48f66bb3c6ee7bb64a112 | shasum -a 256