Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 november 2016

Onder 3.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 november 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:7052.

De rechtbank overweegt dat [eiser 1] voldoende processueel belang heeft bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt. Bij een voorziening in de vorm van betaling van een geldsom is dat in verband met het restitutierisico meestal alleen het geval indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f63caac5ae70a3e38ba061be2d7a481672971baaaf2bec308408b07338c24d89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f63caac5ae70a3e38ba061be2d7a481672971baaaf2bec308408b07338c24d89, en de alinea staat in dat document op bytes 10463 tot 11151.