Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Onder 4.3.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:8422.

In de Wet is – voor zover hier van belang – als belastingplichtige aangemerkt “de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de groep die bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van meer dan tien huurwoningen.” De belastingplicht is dus niet beperkt tot alleen woningcorporaties. De wet maakt evenmin een uitzondering voor particuliere verhuurders. Het betoog van belanghebbende stuit in zoverre derhalve af op de duidelijke tekst van de wet. Overigens blijkt ook uit de wetsgeschiedenis dat onder ogen is gezien dat ook anderen dan woningcorporaties, zoals particuliere verhuurders, onder de verhuurderheffing vallen en dat dit ook de bedoeling is (zie bijv. Kamerstukken II 2012/13, 33 407, nr. 3, p. 3, en Kamerstukken I 2012/13, 33 405 en 33 407, E, p. 13, alsmede Kamerstukken II, 2013/14, 33 756, nr. 3, p. 6-8). Dat de tijdens de parlementaire behandeling aangevoerde gronden ter rechtvaardiging van de verhuurderheffing van (alleen) verhuurders die huurwoningen verhuren onder de huurtoeslaggrens, in het geval van belanghebbende niet allemaal opgaan, is geen grond om – in afwijking van de tekst van de wet – belanghebbende uit te zonderen van de verhuurderheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9, en de alinea staat in dat document op bytes 13407 tot 14656.