Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Onder 4.4.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:8422.

De rechtbank is van oordeel dat op regelgevingsniveau geen sprake is van schending van de ‘fair balance’. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de primaire doelstelling van de verhuurderheffing de beoogde versterking van de overheidsfinanciën is. Er is daarbij voor een verhuurderheffing gekozen omdat een belastingheffing op onroerende zaken het minst verstorende effect heeft op het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, in vergelijking tot indirecte belastingen, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Verder vormt de verhuurderheffing volgens de wetgever een belangrijk element van een pakket aan maatregelen die zijn gericht op een betere werking van de woningmarkt (zie Kamerstukken II 33 756, nr. 3, p. 4 en 6). De verhuurderheffing bedraagt 0,491% van, kort gezegd, de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen verminderd met tienmaal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen. Gelet op enerzijds de voormelde motivering en anderzijds de hoogte van de heffing heeft de wetgever met de verhuurderheffing de grenzen van de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9, en de alinea staat in dat document op bytes 16376 tot 17518.