Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Onder 4.5.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 december 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:8422.

Op fiscaal gebied komt aan de wetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toe bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van artikel 26 IVBPR en van de discriminatieverboden neergelegd in het EVRM als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Indien het – zoals hier – niet gaat om onderscheid op basis van aangeboren kenmerken van een persoon, zoals geslacht, ras en etnische afkomst, dient het oordeel van de wetgever daarbij te worden geëerbiedigd, tenzij het van redelijke grond ontbloot is. Dit laatste kan niet snel worden aangenomen. Het onderscheid moet van dien aard zijn dat de keuze van de wetgever evident van redelijke grond ontbloot is (zie bijv. Hoge Raad 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1206).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 584f07bce16319f841881c1bd9268a2eb08ee0355a5be419ef1e7839c68959f9, en de alinea staat in dat document op bytes 23264 tot 24161.