Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017

Onder 3.3.2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1464.

De omstandigheid dat het loon volgens de Nederlandse wetgeving geacht wordt te zijn genoten op een tijdstip waarop de belastingplichtige nog ingezetene van Nederland is, brengt in beginsel mee dat de (gewezen) werknemer ter zake van een heffing over dat loon geen beroep kan doen op rechten die op grond van een belastingverdrag toekomen aan inwoners van het land waarnaar hij zijn woonplaats verlegt. Een heffing die aangrijpt bij emigratie kan evenwel in strijd komen met de goede trouw die in acht moet worden genomen bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag tussen de betrokken staten, als daarmee een voordeel wordt belast dat naar zijn werkelijke aard bezien - al dan niet potentieel - ter heffing is toegewezen aan de immigratiestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87717fcab9dfbcddabc651142dd6df5dd6c749b8a9c8dbfdc88e018cc7060c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87717fcab9dfbcddabc651142dd6df5dd6c749b8a9c8dbfdc88e018cc7060c62, en de alinea staat in dat document op bytes 22186 tot 22956.