Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017

Onder 4.15.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1464.

( d) Indien deze laatste vraag bevestigend zou moeten worden beantwoord, volgt daaruit nog niet hoe omgegaan moet worden met lijfrentepremies die vóór de reparatiewetgeving in aftrek zijn gebracht. Er veronderstellenderwijs van uitgaande – zie (b) – dat onder de Wet IB 2001 vóór de reparatiewetgeving sprake was van een onvoorwaardelijke lijfrentepremie-aftrek, rijst immers de vraag of de latere reparatiewetgeving kan meebrengen dat die aftrek alsnog een voorwaardelijk karakter krijgt. Dit lijkt niet in de rede te liggen. In het onderhavige geval is weer bijzonder dat – zie (a) – ten tijde van de belastingfaciliteit deze faciliteit wel voorwaardelijk was. Daarbij rijst echter weer de vraag of, gelet op hetgeen hiervoor onder (b) is overwogen, de invoering van de Wet IB 2001 heeft meegebracht dat het voorwaardelijke karakter toen is vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87717fcab9dfbcddabc651142dd6df5dd6c749b8a9c8dbfdc88e018cc7060c62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87717fcab9dfbcddabc651142dd6df5dd6c749b8a9c8dbfdc88e018cc7060c62, en de alinea staat in dat document op bytes 42989 tot 43867.