Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017

Onder 4.1.4. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2729.

Gelet op het voorgaande en het feit dat belanghebbende aangifte heeft gedaan naar een negatief belastbaar bedrag, is de door belanghebbende verschuldigde belasting zowel relatief als absoluut gezien aanmerkelijk hoger dan belanghebbende op grond van haar aangifte was verschuldigd. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende zich ten tijde van het doen van de aangifte ervan bewust moet zijn geweest dat aanzienlijke bedragen aan verschuldigde belasting door het in aftrek brengen van de door [A] in rekening gebrachte kosten (zie 4.1.3) niet zouden worden geheven. Dit betekent dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de bewijslast met betrekking tot de navorderingsaanslag VPB 2010/2011 moet worden omgekeerd en verzwaard. Op belanghebbende rust dan op grond van artikel 27e van de AWR de last om te doen blijken dat de uitspraak op de bezwaar met betrekking tot de navorderingsaanslag onjuist is. Met hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, heeft zij naar het oordeel van de rechtbank niet aangetoond dat de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de navorderingsaanslag onjuist is. De enkele stelling dat voor de 166 "applications" wel degelijk door [A] in China werkzaamheden zijn verricht is onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddcf06e1016915f78be12ca3a2966eccb76be75e71a5b65c35c13bf9c50f19b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddcf06e1016915f78be12ca3a2966eccb76be75e71a5b65c35c13bf9c50f19b, en de alinea staat in dat document op bytes 30251 tot 31543.