Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017

Onder 4.4.3. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14 februari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2729.

De rechtbank stelt voorop dat de inspecteur met hetgeen hij heeft aangevoerd aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van (voorwaardelijke) opzet. Vast staat dat in 166 gevallen het volledig gefactureerde bedrag ten onrechte in aftrek is gebracht omdat tegenover dat factuurbedrag geen werkzaamheden stonden. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende wist dat de facturen vals waren danwel dat daarvoor geen werkzaamheden waren verricht en zij met het betalen van de facturen en op aangifte in aftrek brengen van die betalingen opzettelijk te weinig belasting heeft betaald. De rechtbank acht tevens aannemelijk dat dit is gedaan om dan minder vennootschapsbelasting te hoeven betalen. De rechtbank acht in een dergelijk geval een boete van 50% van de in het tweede lid van artikel 67e voornoemd omschreven grondslag voor de boete, zijnde het bedrag van de navordering, in beginsel een juist uitgangspunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dddcf06e1016915f78be12ca3a2966eccb76be75e71a5b65c35c13bf9c50f19b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dddcf06e1016915f78be12ca3a2966eccb76be75e71a5b65c35c13bf9c50f19b, en de alinea staat in dat document op bytes 35431 tot 36355.