Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2017

Onder 3.7.3 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2017

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 februari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:851.

Vervolgens is tussen partijen in geschil of [verzoeker] voldoende is voorgelicht. [verzoeker] verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar de uitspraak van het tuchtcollege. De kantonrechter overweegt dat uit het door [verweerster] aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2002 (te vinden op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:HR:2002:AE1532) volgt dat aan het oordeel van de tuchtrechter ook in een civiele procedure grote betekenis toekomt, maar dat de kantonrechter zich wel zelfstandig een oordeel dient te vormen, waarbij een eventueel afwijkend oordeel gemotiveerd moet worden. Voorts geldt de “omkeringsregel” met betrekking tot de bewijslast, zoals bij medische ingrepen aan de orde kan zijn, bij de inlichtingenplicht niet. Dit volgt immers uit de uitspraak van de Hoge Raad van 23 november 2001 (te vinden op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:HR:2001:AD3963). Het voorgaande betekent dat, nu [verweerster] de stellingen zijdens [verzoeker] gemotiveerd betwist, het in beginsel aan [verzoeker] is om die stellingen te bewijzen. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding [verzoeker] het bewijs van zijn stelling dat hij onvoldoende is ingelicht op te dragen gelet op het hierna volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c43d4e6bd786cab361e8f9fc548a920a81366068f9a3dbb0e1ddbf63987e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c43d4e6bd786cab361e8f9fc548a920a81366068f9a3dbb0e1ddbf63987e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 21600 tot 22818.