Citaat | Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018

Onder 2.4. Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018

Een alinea uit Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3775.

Zoals ter zitting uitgelegd kan dit betoog belanghebbende niet helpen. Er is geen sprake van een boete, zodat de rechtbank niet de proportionaliteit om die reden kan toetsen. Het gaat hier om naheffing van belasting verhoogd met kosten. De heffingsambtenaar mag dergelijke kosten in rekening brengen. Dit volgt uit artikel 234, vijfde lid, van de Gemeentewet. De hoogte (€ 61) is ook in overeenstemming met de tarieventabel bij de Verordening. De rechtbank mag het bedrag van een naheffingsaanslag parkeerbelasting niet matigen wegens disproportionaliteit van de hoogte. De redelijkheid en billijkheid van de Verordening – in dit geval: de bedragen in de daarbij vastgestelde tarieventabel – staan als uitgangspunt niet ter beoordeling aan de rechtbank. Ook kan de rechtbank niet in de omstandigheden van het geval aanleiding zien om af te wijken van bedragen die uit de tarieventabel volgen. De Gemeentewet noch de Verordening biedt daartoe de mogelijkheid. Zoals ter zitting uitgelegd zou de naheffingsregeling van parkeerbelasting ook onuitvoerbaar worden als voor de hoogte rekening zou moeten worden gehouden met de omstandigheden van het geval zoals belanghebbende aanvoert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47fcdfcc29becbe9f055685260b5c61830cc13d81c866dfef64303705a21a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47fcdfcc29becbe9f055685260b5c61830cc13d81c866dfef64303705a21a03, en de alinea staat in dat document op bytes 9677 tot 10876.